Visie.

Elk van ons heeft een muze, misschien reeds gevonden of ergens diep van binnen, nog te ontdekken. Hiermee aan de slag gaan is wat we doen in

Visie

Basisideeën.

  • Pluralisme: wij streven naar een houding die getuigt van respect voor alle overtuigingen op maatschappelijk, politiek, filosofisch en/of religieus vlak onafhankelijk van ras- gender-of lichaamskenmerken.
  • Evenwicht  individu en maatschappij: we zien onze school als één grote familie, waarin de kinderen zich kunnen ontplooien met respect voor zichzelf, de ander en hun omgeving. We kiezen voor een kritische, maar open onderzoekshouding, zodat alle kinderen zich kunnen ontplooien naar hun eigen mogelijkheden.  

Visie

Basisdoelstellingen.

We vertrekken vooral vanuit de leef- en denkwereld van onze kinderen. Daaruit ontstaan leerprocessen.
De school werkt met alle aspecten van het kind. We vinden het belangrijk dat zowel het verstandelijke als het sociaal-emotionele, creatieve, communicatieve, lichamelijke en de wil om te groeien  aan bod komen. We zijn ervan overtuigd dat deze aanpak kansen biedt om tot een harmonische zelfontplooiing te komen. De school wil kinderen helpen uitgroeien tot sociale en zelfstandige mensen. Daarbij werken we op volgende domeinen: 
  • respect voor zichzelf, anderen en omgeving
  • onderzoekende en coöperatieve houding 
  • zelfredzaamheid en zelfsturing
  • verbindende communicatie
In de werking van de school is er zowel aandacht voor het individuele kind als voor de groep. De nadruk ligt op het groepsgebeuren, de groepsdynamiek en de groepsverbondenheid.
De school is geen eiland, daarom is een open houding tegenover de maatschappij noodzakelijk.
Om al deze doelstellingen optimaal na te streven, kiezen wij voor een kleinschalige school waar kinderen zich thuis voelen.

Visie

Relatie kind - begeleider.

Als basis wordt de houding van gelijkwaardigheid aangenomen. De begeleiders worden met hun voornaam aangesproken en gaan een persoonlijke relatie aan met de kinderen.  De begeleider neemt een sturende rol op in het leerproces van de kinderen. Veel aandacht wordt besteed aan de specifieke leefwereld van de kinderen om zo hun bedoelingen juister te kunnen begrijpen. Op deze manier kunnen we beter inspelen op wat zij vragen, vertellen en opmerken.

Visie

Respect en verantwoordelijkheid.

Wij verwachten van de kinderen, dat ze respect en verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Onze basiswaarden zijn respect voor zichzelf, de ander en zijn omgeving. 
Aan elk kind trachten we zoveel mogelijk ruimte te geven. Wanneer er zich een conflictsituatie voordoet zoeken we samen naar een geschikte oplossing. We stimuleren de kinderen om met elkaar in gesprek te gaan. Om conflicten zoveel mogelijk te vermijden worden er regels en afspraken gemaakt. Regels worden bepaald door de school en moeten zonder meer gevolgd worden, bijvoorbeeld het aanvangsuur van de school. Afspraken komen meestal tot stand in samenwerking met de kinderen en kunnen veranderen afhankelijk van de situatie. 
Het materiaal dient met zorg gebruikt te worden zodat het ook voor anderen nog optimaal bruikbaar is. De lokalen laten we netjes achter zodat dit een fijne plek is om te zijn. Opgedane kennis en vaardigheden doorgeven aan elkaar is eveneens een verantwoordelijkheid. 

Visie

Graadklaswerking.

We kiezen bewust voor graadklassen, zodat kinderen gestimuleerd worden om te leren van en te zorgen voor elkaar.

Visie

Individuele groei en ontwikkeling.

We gaan er vanuit dat keuzes van kinderen overeenstemmen met hun persoonlijke groei en ontwikkeling. Vanuit die optiek vinden wij het belangrijk om de weg niet strikt voor hen uit te stippelen, maar hen een kader aan te bieden en hen te stimuleren om zelf en samen op ontdekkingstocht te gaan. 

Visie

Huiswerk in De Muze

 Huiswerk, een woelig thema. Er is al heel wat geschreven over de zin en onzin van huiswerk.

Met onderstaande tekst willen we onze visie op huiswerk in De Muze kaderen, zodat er voor iedereen duidelijkheid is over onze aanpak, maar ook waarom we hiervoor kiezen.

In onze school proberen we breder te kijken naar onze kinderen. Niet alleen het cognitieve komt aan bod, maar ook het sociaal-emotionele, het creatieve en onderzoekende krijgen een plaats in onze werking. Ook zelfstandigheid en zelfsturing zijn belangrijke pijlers in onze Freinetvisie. 

Enerzijds zijn er heel wat schoolse vaardigheden die geautomatiseerd moeten worden zoals:

  • 1ste leerjaar: letters, technisch lezen om uiteindelijk te komen tot begrijpend lezen, schrijven van letters en verbindingen, getallen tot 20, optellen, aftrekken en splitsen tot 10,..
  • 2de leerjaar: technisch lezen om te komen tot begrijpend lezen, schrijven van woorden om te komen tot zinnen en een tekst, getallen tot 100, brugoefeningen tot 20, maaltafels, analoge klok, spellingsregels zoals eindletter d/t, tweetekenklanken,…
  • 3de leerjaar: begrijpend lezen om te komen tot een onderzoekstekst, een boekbespreking, spellingsregels (verdubbelen, verenkelen) om te komen tot een tekst, getallen tot 1000, optellen en aftrekken tot 1000, maal- en deeltafels, cijferstrategieën, analoge klok leren lezen,…
  • 4de leerjaar: begrijpend lezen om te komen tot een onderzoekstekst, een boekbespreking, spellingsregels (verdubbelen, verenkelen) om te komen tot een tekst, getallen tot 100 000, optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen met grotere getallen, breuken, kommagetallen, kloklezen (digitaal en analoog),…
  • 5de en 6de leerjaar: begrijpend lezen om te komen tot een onderzoekstekst door hoofd- en bijzaak te kunnen aanduiden, een boekbespreking, spellingsregels (woorden uit andere talen, c of k, werkwoordvervoeging, voltooid deelwoord, verleden tijd) om teksten te schrijven, optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen met grotere getallen, breuken, kommagetallen, procenten, kloklezen (digitaal en analoog), oppervlaktematen,…

Om al deze cognitieve vaardigheden te automatiseren wordt het werkgeheugen van kinderen aangesproken en gestimuleerd. Ze leren door het oefenen op automatiseren ook een langere taakspanning (impulscontrole) op te bouwen.

Anderzijds hechten we als  Freinetschool ook veel belang aan zelfsturing en zelfredzaamheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat als deze vaardigheden gestimuleerd worden, kinderen deze  beter ontwikkelen en er sterker in worden.

In leefgroep 4 en 5  proberen we door onze aanpak van vaste, zinvolle taken per week/maand zoals: vrije tekst, boekbespreking en actua, de kinderen te brengen tot leren plannen en organiseren. Deze vaardigheden vragen extra opvolging, aangezien ze niet bij alle kinderen even sterk aanwezig zijn.

We zien huiswerk dan ook in functie van deze twee onderdelen.

  • Ondersteunen om te komen tot een betere automatisatie en verbeteren van het werkgeheugen. Dit proberen we te bereiken door het inoefenen van de hierboven opgesomde cognitieve vaardigheden. Deze worden vooral toegepast in leefgroep 3 en leefgroep 4.
  • Stimulans om zich te oefenen in plannen en organiseren door het afwerken van vaste week- en maandtaken, maar ook de gegeven lessen in de werkboeken. Deze zijn aangewezen in leefgroep 4 (opbouwend) maar vooral in leefgroep 5.

Er zijn twee belangrijke aandachtspunten om te komen tot een optimale werking.

  • De eerste is goede, duidelijke communicatie van de begeleider over wat er verwacht wordt. Tegelijk verwachten we van ouders duidelijke feedback over hoe het werk thuis verloopt. Differentiëren in huiswerk is ontzettend belangrijk, zodat elk kind gestimuleerd kan worden in zijn naaste ontwikkeling.
  • Het tweede aandachtspunt is steun van ouders bij het opvolgen van huiswerk. Alleen op deze manier voelen kinderen dat we samen naar hetzelfde doel werken.

Het spreekt voor zich dat dit een zoektocht is. Een goed evenwicht vinden, rekening houdend met de draagkracht van elk kind, is niet altijd eenvoudig. Een goede communicatie is dan ook onontbeerlijk.

We hopen dat we met deze visie meer duidelijkheid brengen over hoe we in De Muze omgaan met huiswerk.